![]() ![]() |
Interview met Merho, door Gert Meesters.
Toen ik je in maart de laatste keer zag, geloofde je niet dat de Kiekeboe-film dit jaar nog verfilmd zou worden. Nu is de verfilming dan toch bezig. Film heeft blijkbaar een heel andere dynamiek dan mijn strips. Ik werk heel graag ver vooruit. Ik weet nu al precies welke verhalen er volgend jaar van Kiekeboe zullen verschijnen. Ze moeten nog gemaakt worden, maar ik ken de thematiek. Ik ben als de dood dat ik een writer's block zal krijgen, of dat ik mijn pols zal breken. Tegenover die planmatige aanpak van mij is film heel hectisch. Naar de zomer toe kwam alles in een stroomversnelling, want in de zomer kun je nu eenmaal het langst filmen omdat het langer licht is, en ook mooier weer. Hoewel, in dit landje is de zomer natuurlijk geen garantie. Het begin van een draaiperiode heeft met ontzettend veel factoren te maken, waar ik me gelukkig niet mee hoef bezig te houden. Is dit nu de eerste bioscoopfilm van een Vlaamse stripheld? De eerste bioscoopfilm denk ik wel. De eerste live-action videofilm was waarschijnlijk Het witte bloed, ook al van Kiekeboe. Het is dus niet de eerste Kiekeboe-verfilming. Denk je dat de strip zich gemakkelijk zal laten vertalen? Ik heb de indruk dat je je scenario vooral zo hebt geconstrueerd dat je dat risico niet hoefde te lopen. Je geeft zelf al het antwoord. Toen ik mijn eerste scenario af had, dacht ik: 'Dat is een leuke strip. Die wil ik direct gaan maken.' Maar dan zijn we gaan nadenken over hoe dat er als film zou uitzien. Als je zo'n strippersonage laat bewegen en door een acteur gestalte laat geven, ziet dat er direct anders uit. Daarom hebben we het scenario herwerkt zodat er in de film een poging wordt gedaan om Kiekeboe te verfilmen. Daardoor proberen we niet eens de illusie te creëren dat de acteurs de figuren uit Kiekeboe zijn. Ik hoop zo'n beetje dat dit de filmversie wordt van Album 26 (experimenteelste album van Kiekeboe nvdr), omdat er op dezelfde manier wordt omgegaan met filmconventies als in Album 26 met stripconventies. Aan de ene kant heb je een Kiekeboe-verhaal, aan de andere kant heb je dat spelen met de filmconventies. Het idee van een film in de film is niet nieuw natuurlijk. Het schoolvoorbeeld is Hellzapoppin', maar ook La Nuit Américaine van Truffaut, Silent Movie van Mel Brooks en recent Shades gebruiken het idee. We hebben die kunstgreep toegepast om ons wat in te dekken. Iedereen zal inderdaad als eerste kritiek geven dat een strip niet te verfilmen is, en we hebben dus een manier gevonden om die kritiek vooraf te pareren. Aan de andere kant biedt die ingreep ook een heleboel mogelijkheden tot grappen en maak je dus méér dan een verfilming van een album. De film zou een toevoeging aan de albums moeten zijn. Wordt het verhaal in de film ook een album? Niet het verhaal van de film, en zelfs niet het verhaal dat ze in de film willen verfilmen. Maar er komt een album van, hoor. Dat zal worden aangekondigd als 'het verhaal waarop de film niet gebaseerd is'. (lacht) Het is de strip naar het eerste filmscenario dat ik geschreven heb, maar nu we zoveel scenario's verder zijn, heeft het verhaal van de film eigenlijk nog maar weinig te maken met mijn eerste scenario. Maar ik heb dat verhaal nu, dus ik zou het zonde vinden om het niet te gebruiken. En voor de lezers kan het interessant zijn om de film en de strip te vergelijken. Zal de stripversie dan de versie zonder compromissen zijn, en de filmversie die mét, of begrijp ik dat verkeerd? Het is ook een andere manier van vertellen. Film werkt anders dan een strip. Van mijn oorspronkelijk scenario blijven hoop en al drie scènes over. Ik heb het zelf eerst twee keer bewerkt, totdat we aan de film-in-de-film kwamen. Dan ben ik met de regisseur, Renaat Coppens, gaan samenzitten. Die man denkt natuurlijk heel filmisch. Heel veel materiaal is er dus uitgegooid omdat het te statisch was. Dat gaat vandaag nog voort. Want de directie van Walibi in Amerika wou niet dat er gestunt werd op het reuzenrad, dus is op een paar dagen tijd nog een heel stuk herschreven. Ik weet zelfs niet helemaal wat ze nu aan het verfilmen zijn. Is het niet moeilijk voor Merho, die erom bekend staat dat hij graag alles zelf controleert, om zulke snelle wijzigingen te accepteren? Dat is héél moeilijk. Ik slaap er letterlijk niet van. Ik heb mezelf ook beloofd om wat afstand te houden, want anders is het geen leven meer. Ik kom dus wel af en toe naar de set, maar ik ben er zeker niet elke dag. Op dit moment zijn er nog enkele dingen waar ik niet mee akkoord ga. Fanny loopt hier rond in een lichtgroene broek en met een oranje hoedje. Dat kàn dus niet. Fanny moet een blauwe broek hebben, anders is het Fanny niet. Daar moet ik straks met de regisseur eens over babbelen. De dialogen tussen de personages zijn ook niet altijd wat ze moeten zijn. De verhouding tussen Kiekeboe en Fanny of tussen Kiekeboe en Van de Kasseien is heel gevoelig. Ik voel die verhouding automatisch aan als ik een dialoog schrijf, maar iemand anders heeft daar natuurlijk moeite mee. Ik kan dat niemand kwalijk nemen. Een dialoog kan misschien tien keer zo goed zijn als mijn eigen dialogen, toch laten ze mijn personages soms dingen zeggen die ze nooit zouden zeggen. Mijn trouw publiek voelt dat waarschijnlijk ook aan, maar iemand die nooit echt met Kiekeboe bezig is geweest, natuurlijk niet. Ik heb wel veel vertrouwen in Luk Wyns als Kiekeboe. We hebben elkaar gisteren voor het eerst ontmoet en dat klikte heel goed, omdat we eigenlijk met hetzelfde vak bezig zijn. Hij maakt met De familie Bakkeljau ook een stripreeks, maar dan voor televisie (Er zijn ook strips van gemaakt, nvdr). Hij heeft ook een hele reeks Kiekeboes gelezen. Ik heb het gevoel dat hij Kiekeboe goed aanvoelt. Na Het witte bloed, dat als film en als publiekslokker te verwaarlozen was, klonk je heel vastberaden dat je bij een eventueel volgend project zelf veel inspraak wou hebben. Nu hoor ik je zeggen dat de gang van zaken je niet altijd zint. Zo simpel is het niet. Ik vind dat ik te weinig inspraak heb. Ik heb vaak de indruk dat er vanalles achter mijn rug gebeurt en dat zint me helemaal niet. Er zijn veel dingen waarvan ik vind dat ik er inspraak over zou moeten hebben. Daarom heb ik ook al gezegd dat zo'n film goed is voor één keer, maar een mensenleven is te kort om dit nog een tweede keer door te maken. Door al dat gedoe ben ik de laatste tijd ook vreselijk veel van mijn eigen vak gaan houden. Ik geniet ervan zoals ik er in jààren niet van heb genoten. In mijn stripreeks ben ik meester van het spel. Ik hoef geen rekening te houden met budgetten, productie, onverwachte tegenslagen zoals met het reuzenrad vandaag. En dat is gewoon zalig. Heb je zelf mee bepaald wie welke rol speelt? Ik heb een lijstje doorgegeven met namen voor bepaalde rollen, en verschillende van die mensen zitten ook in de film. Ze moeten vrij zijn en willen, dus er spelen heel wat factoren mee. De enige naam die al lang bekend was, die van Kurt Defranq als Kiekeboe, was al lang toegezegd, maar enkele weken voor de opnames bleek dan dat het opnameschema van De Boerenkrijg voor de VRT niet verenigbaar was met dat van de Kiekeboe-film. en dan sta je weer bij nul natuurlijk. Gelukkig hebben we heel snel Luk Wyns bereid gevonden om Kiekeboe te spelen. Zijn zoon zat er al in als Konstantinopel, mijn eerste keus trouwens, maar aan Luk Wyns als Kiekeboe had ik nooit gedacht. Ik kende Luk Wyns wel als acteur. Ik had veel van zijn tv-programma's en theaterproducties gezien. Maar onder meer omdat ik altijd een kale acteur zocht, had ik nooit aan hem gedacht. Hij kwam net uit een andere film, en was daar nog niet helemaal van afgekickt, leek me. Door omstandigheden was hij opeens de zomer vrij, en dus heeft hij geen twee keer moeten nadenken. Toen ik zijn eerste foto's als Kiekeboe zag, dacht ik: 'We moeten niet twijfelen, hij is het'. Omdat hij cabaret schrijft, verwacht ik dat hij de figuur echt tot leven zal brengen door hier en daar kleine nuances aan te brengen. Maar hij zegt zelf dat hij blij is omdat hij niet moet nadenken. Tekstaanpassingen zijn voor een acteur van zijn kaliber een automatisme. Ik deed dat zelf al toen ik dertig jaar geleden amateurtoneel speelde. Dat was van een zeer bedenkelijk niveau, en ik had al snel door dat het niks voor mij was. Ik wilde liever cabaretier worden. Als Luk het personage beet heeft, vind ik het niet erg dat hij dingen toevoegt. Opnieuw over de strip die film wordt. Is niet één van de charmes van de strip dat je grappen pas na een derde lezing helemaal begrijpt, of ze pas na de vijfde keer ontdekt? En is dat niet anders bij film? Bij cabaret heb je dat ook, al zou je dat misschien niet zeggen. als je op cd naar Freek de Jonge of Youp van 't Hek luistert, dan vallen je na een vijfde keer nog altijd nieuwe nuances op in een tekst. Bij een goed gedicht of een goede roman is dat ook zo. Bij film ligt dat anders. Een film is veel rechtlijniger, ook van structuur. Eén van de eerste fouten die ik bij het filmscenario heb gemaakt, is dat ik in verschillende lagen wilde schrijven, waarbij dus vanalles tegelijk gebeurde. Dat zit er nu ook nog wat in, maar heel rudimentair. In een strip of een boek kan zoiets, maar in film ligt dat lastig, om de eenvoudige reden dat een film de kijkers een ritme oplegt. Een boek of een strip lees je op je eigen ritme. Je kunt ook terugbladeren enzo. Film vraagt veel uitleg. De theorie van Stan Laurel eigenlijk. Hij zei: 'Ik laat zien dat ik iets ga doen, ik doe het en ik laat zien dat ik het gedaan heb'. Hij vertelde dat over grappen, maar je kunt dat in alle verhaalstructuren doortrekken. Qua verhaalstructuur heb ik van deze filmervaring veel geleerd. Nu weet ik ook hoe het komt dat een verfilming van een boek dat je gelezen hebt, meestal tegenvalt. Het verhaal is eenvoudiger gemaakt. Een boek mag een veel moeilijkere structuur hebben. Eén van de moeilijkste dingen om in te schatten is waarschijnlijk wat het nu eigenlijk cijfermatig betekent dat Kiekeboe één van de populairste strips in Vlaanderen is. Je weet hoeveel albums er per jaar de deur uitgaan, maar kun je die populariteit omzetten naar een groot algemeen publiek dat bereid is om voor een Kiekeboe-film naar de bioscoop te gaan. Dat is altijd moeilijk in te schatten. Maar we hebben een aantal troeven. Ten eerste is de promotiemachine die bij zo'n film op gang komt, veel groter dan bij welke strip ook. We zijn net begonnen met draaien, en er is hier al ontzettend veel pers geweest. Ten tweede hebben we ten minste die basis van 100.000 kopers per nieuw album, waaruit we hopelijk toch al een aantal kunnen recruteren om naar de film te gaan. En ten slotte hopen we dat het een goede film wordt, en dan zou de mondreclame moeten werken. Je rekent dus eigenlijk ook op kijkers die misschien nog geen Kiekeboe-verhaal hebben gelezen. Ik heb daar niet echt zicht op, maar als de film een succes wordt, zal dat alleszins zo zijn. Dat zou een argument kunnen zijn om niet voor Kiekeboe: de film te kiezen als naam. Ik weet niet wat het besluit nu is, maar het laatste dat ik las in een artikel van Jan Bex, was dat jullie nog twijfelden tussen Kiekeboe: de film en Misstoestanden. Dat was zo. Ik wou eigenlijk de naam Misstoestanden, maar verschillende personen hebben me dan aangeraden om Kiekeboe in de titel te brengen, al was het maar om de herkenning bij de vaste fans te bevorderen. Kiekeboe: de film was dan wel geschikt, omdat die titel de lading volledig dekt voor één van de twee verhaallijnen. Misstoestanden is uiteindelijk nog de ondertitel geworden, waarschijnlijk omdat de productie niet vooraf een vervolgfilm wou uitsluiten. En dan heb je een ondertitel nodig. Je zei daarstraks al dat je je wou indekken tegen kritiek. Ben je bang voor de reacties van de filmpers? O, ik weet nu al zeker dat deze film als een plat-commerciële film zal worden beschouwd. Dat ligt misschien iets minder voor de hand dan bij Oesje (van hetzelfde productiehuis: Kinepolis), maar je zit automatisch in een bepaald hoekje. Maar ik denk dat dit helemaal geen plat-commerciële film wordt. En ach, ik kan de meeste filmkrtieken als het ware vooraf zelf schrijven. Je weet toch al hoe een bepaalde recensent op een bepaalde film zal reageren. Ik kom altijd terug op mijn favorieten Laurel & Hardy. De films van dat duo werden in de jaren dertig door de filmpers unaniem gekraakt. Dezelfde films die nu unaniem als meesterwerken worden beschouwd. Hal Roach, hun producer heeft daar ooit over gezegd: 'Niemand vindt het goed, behalve het publiek.' (lacht) Niet dat ik de pretentie heb om me met Laurel & Hardy te vergelijken, want we maken zeker geen film voor de eeuwigheid. Maar we proberen wel een intelligente film te maken. Ook Renaat als regisseur werkt daaraan. Voor hem hangt er in zekere zin meer aan vast dan voor mij. Als deze film niks wordt, dan is dat jammer voor mij, maar dan ga ik gewoon verder met strips tekenen. Maar voor hem is het zijn eerste langspeelfilm, een mijlpaal in zijn carrière. Je staat al langer (sinds het KiekeboeK) bekend als iemand met veel filmbagage. Heb je ervan geprofiteerd om veel verwijzingen naar films in het scenario te steken? Er zitten er heel veel in. Renaat heeft er ook veel in gestoken, en bij een aantal ben ik uitleg gaan vragen omdat ik ze niet kende. (lacht) En naar andere strips? Ik heb er een verwijzing naar Hergé in gestopt, maar ik weet niet of die er nog in zit. Ik weet eigenlijk helemaal niet wat ze aan het verfilmen zijn. (lacht) En naar Kiekeboe-albums? Automatisch sluipen er wel enkele dingen in die uit albums komen. Kleine dingen, dus ik vond dat niet bezwaarlijk. Net hetzelfde als bij de Asterix-film eigenlijk. Ik heb die ook bekeken, nadat de hele pers hem gekraakt had, maar mij viel hij mee. Hij kon nooit zo slecht zijn als de pers schreef. (lacht) Misschien viel hij wel mee omdat ik zelf ook met zoiets bezig was. Humor is altijd iets moeilijks. Met cabaretiers heb je die polarisering ook. Wat de ene grappig vindt, vindt de andere vulgair. Of iemand vindt een grap vulgair als een bepaalde komiek hem vertelt, maar weer okee als iemand anders dezelfde grap vertelt. Een voorbeeld van Luk: Hugo Matthysen heeft nu een schitterend lied met de Clement Peerens Explosition. 'Is mijn gat niet te dik in deze rok' of zoiets. Nu moet je je eens voorstellen dat Gaston Berghmans hetzelfde zou zeggen. Dezelfde mensen die het nu goed vinden, zouden het dan vulgair vinden. Even terug naar het begin. Het begon met een radio-interview. Ja, bij Michel Follet op Donna, in de periode van het KiekeboeK. In dat interview liet ik verstaan dat ik een nieuw filmproject wel zag zitten. Bij Kinepolis hadden ze dat gehoord en zo is de bal aan het rollen gegaan. Hoe moet ik me de afspraken tussen de drie betrokken partijen voorstellen? Maakt Kinepolis de film, en moeten Merho nv en Standaard Strips het resultaat goedkeuren? Neenee. Standaard zit ook financieel in het filmproject. En we hebben duidelijke voorwaarden gesteld met betrekking tot respect voor de karakters van de personages enzo. Het opvallende daar is de participatie van Standaard Strips. Je zou die van twee kanten kunnen benaderen. Ze hopen waarschijnlijk dat de strip nog populairder wordt door de film. Dan is het logisch dat ze erin investeren. Aan de andere kant moet de film het waarschijnlijk voor een belangrijk deel hebben van de populariteit van de strip. De waarheid zit daar ergens in het midden. Kinepolis wil die film natuurlijk maken omdat Kiekeboe een populaire strip is. Anderzijds kan het voor de (spuwt de woorden langzaam uit) visibility van het product geen kwaad dat er een film wordt gemaakt. Voor de verkoop van de strip kan het in Vlaanderen weinig uitmaken. We zitten al ongeveer tegen het plafond. Maar het is nooit slecht dat de strip in the picture staat. Omdat ik zelf altijd dol ben geweest op film, ben ik wel blij dat het een keer gebeurt. < terug naar de interviews |
|||||||
|
laatste aanpassing
|
||||||||


