 Brabant Strip Magazine
'In mijn bureau vind je geen prullaria' (Merho)





foto's (c) Kurt Govaerts |

interview in Brabant Strip Magazine (nr 107 / 2003)
door Kurt Govaerts
Ten huize van ... Merho
Op een natte woensdagmorgen hebben we in het Antwerpse om negen uur stipt afspraak met een notoir lid van "The Sons of the Desert". Omwille van het druilerige weer, fameuze files en een gebrek aan een GPS-installatie halen we (ook nu weer) deze deadline niet en putten ons GSM-gewijs in verontschuldigingen uit. "Geen probleem", wuift Merho mijn excuses weg. Het begint al meteen een beetje op te klaren ...
The Sons of the Desert, een vereniging waarvan Merho een actief lid is, blijkt de mondiale fanclub van de legendarische Laurel & Hardy te zijn. Hij kan het dan ook niet laten om ook in zijn albums bijwijlen naar dit olijke duo te verwijzen. Denk bijvoorbeeld maar aan hun gekleurde versie 'Oeli & Stanstan' in De zwarte zonnekoning of het personage Laura Hardy uit Album 26. Ook bij de tekenaar thuis is hun aanwezigheid merkbaar. Aan de muur boven de trap die naar de werkkamers leidt hangen vier prachtige originelen van Buth over het leven van de dikken en de dunne. Vooraleer je echter bij die trap komt, passeer je langs Merho's Wall of Fame. Deze muur, die een prominente plaats inneemt in Merho's optrekje, bevat tal van originele platen en getekende katten-belletjes van collega's uit de stripwereld. Deze Wall of Fame, waar Merho terecht zeer trots op is, bewijst meteen de grote waardering die hij bij zijn vakbroeders geniet.
Op weg naar de werkkamer passeren we eerst door het bureau van Ria, de inkleurster van dienst en tevens full-time mevrouw Merho.
Merho had ons al gewaarschuwd, "in mijn bureau vind je geen prullaria" en we betreden inderdaad een zeer cleane ruimte waarvan twee muren volledig verdwijnen onder kraaknette witte opberg-kasten. Deze kasten verbergen echter een schat aan informatie.
Merho knipt dagelijks allerhande materiaal uit allerlei dag- en weekbladen, dat hij vervolgens minutieus volgens onderwerp in hangmappen rangschikt. Diezelfde kasten bieden ook plaats aan allerlei schaalmodelletjes die Merho gebruikt om zijn tekeningen nog beter uit de verf te laten komen.
Tegenwoordig legt Merho zich echter meer toe op wat hij eigenlijk het liefste doet, namelijk het schrijven van stripscenario's en zoals gezegd documenteert hij zich daarbij zeer goed. "Ik moet nu zelfs de playboy lezen, ah ja ..., voor mijn geplande Fanny-babekalender".
Het scenario en de bijhorende zelfgemaakte schetsen worden dan samen met het verzamelde documentatiemateriaal aan zijn nieuwe medewerker Dirk Stallaert gegeven. "Een luxe", grijnst Merho. "Met de komst van Dirk heb ik omzeggens geen werk meer aan de tekeningen en krijg ik eindelijk wat meer ruimte voor fantasietjes zoals de babekalender". Naar de inkting van de tekeningen had Merho al een poosje geen omzien meer. Die wordt namelijk al sinds 1986 door Peter Koeken voor zijn rekening genomen.
Aan zijn bureau toont Merho ons dat niet alleen de kwaliteit van de medewerkers maar ook dat van zijn tekenmateriaal uitzonderlijk is. Zo gebruikt Merho het liefst Soennecken-pennen n° 142. ("Oostduitse kwaliteit en spijtig genoeg quasi onvindbaar") en is hij steeds op zoek naar goed tekenpapier ("waarop je foutjes met een scheermesje kunt wegschrapen"), goede Oostlndische inkt en oude plastieken linialen met een overlangse gleuf. We beloven Merho alvast om eens aan hem te denken als we weer eens op een rommelmarkt rondstruinen.
Op de terugweg bedenk ik dat Merho het eigenlijk mooi voor elkaar heeft. Hij woont samen met een lieve vrouw in een prachtig stulpje, zijn medewerker is een van de meest getalenteerde tekenaars van België en hij leest om beroepsredenen de playboy. Het klopt dus: some guys have all the luck ...
|
 |
|